Türk Hukukçular Birliği toplu halde

Avukat Köse, ‘sözde araştırmanın’ peşine düştü

Avukat Ejder Köse, Motivaction Araştırma Bürosu tarafından yapılan ve Türk gençlerinin neredeyse yüzde 90’nını IŞD (Irak Şam Devleti) sempatizanı gibi gösteren anket hakkında, araştırma bürosundan  açıklayıcı bilgi istedi.

Son günlerde Hollanda gündemini çalkalayan araştırma sonucunda, Bakan Lodewijk Asscher Hollanda’daki farklı kurumların sıkı takibe alınacağını belirtmişti.

Hollanda Türklerinin bu araştırmayla kamplaştırıldığını belirten Avukat Ejder Köse, araştırma bürosuna gönderdiği mektupta, bahsi geçen araştırma hakkında geniş bilgi istedi.

Yapılan araştırmada çeşitli tutarsızlıklar bulan Ejder Köse, bu konuyu yargıya taşıyacaklarını belirtti.

Motivaction Araştırma Bürosu’ndan, sorularına 21 Kasım’a kadar cevap beklediklerini belirten Avukat Ejder Köse, bu cevaplara göre hukuksal sürecin renginin belli olacağını belirtti.

İşte Avukat Ejder Köse’nin Motivaction’a gönderdiği o mektup:

——————————————————————– –

Stichting Forum                                                        Motivaction

T.a.v. het bestuur                                                       T.a.v. het bestuur

Postbus 201                                                               Postbus15262

3500 AE UTRECHT                                                1001 MG AMSTERDAM

Tevens per telefax: 030-296.00.50                          020- 589.83.83

(Vooraf tevens per mail verzonden!)

Rotterdam, 14 november 2014

Betreft                        :enquête “Nederlandse moslimjongeren en de Arabische Herfst”

Onze ref.         : EK/MG/020.199

Uw ref.           :

Geacht bestuur,

Tot mij wendden zich onderstaande Turks-Nederlandse maatschappelijke organisatiesmet het verzoek hun belangen te behartigen met betrekking tot het volgende.

  1. Türk Hukukcular Birligi – Hollanda (Turkse Juristen Vereniging – Nederland);
  2. CPD, Centre for Public Debate;
  3. Milli Görüs Nederland, NIF (Nederlandse Islamitische Federatie);
  4. Kuzey Hollanda Milli Görüs (Milli Görüs Noord-Nederland);
  5. Hollanda Türk Federasyonu (Turkse Federatie Nederland);
  6. TDLS (Turkish Dutch Leadership Society)
  7. Türk Islam Kültür Dernekleri Federasyonu (Turks Islamitisch Culturele Federatie);
  8. Hollanda Islam Merkezi Vakfi (SICN, Stichting Islamitisch Centrum Nederland);

Onaangenaam verrast en geschrokken hebben cliënten kennis genomen van uw enquête “Nederlandse moslimjongeren en de Arabische Herfst”. Samengevat komt uit de enquête naar voren dat Turks-Nederlandse jongeren radicaliseren en hun steun betuigen aan het geweld in het Midden-Oosten.

De publicatie van de enquête heeft zowel in de politiek als in de media veel stof doen opwaaien. Het zult u ook niet zijn ontgaan dat de enquêtetot stigmatisering van de Turkse gemeenschap in Nederland heeft geleid. De enquêtebeïnvloedt niet alleen de sociaaleconomische positie van Turks-Nederlandse jongeren in negatieve zin, maar belemmert ook de sociaal-culturele integratie van deze jongeren.

Na de enquêtegrondig te hebben bestudeerd zijn bij cliënten meer vraagtekens gerezen. Puntsgewijs zullen de vragen die zijn opgekomen bij cliënten opgesomd worden:

  • De selectie van de respondenten is niet nader geduid. Hoe zijn de respondenten benaderd? Waar zijn de respondenten benaderd? Wat is het aantal respondenten per locatie? Wat is de verhouding man-vrouw?
  • De volledige vragenlijst is niet gepubliceerd. Hoe luidt de vraagstelling aan de respondenten?
  • Op pagina 3 van het rapport wordt in figuur 1 het aandeel aangegeven van Marokkaanse en Turkse Nederlanders dat de politieke situatie in een aantal landen af en toe of vaak volgt. Hoe kunnen deze twee categorieën op één hoop gegooid worden?
  • Volgens de onderzoekers is het verschil tussen iemand die af en toe het nieuws in deze landen volgt en iemand die dit vaak doet, verwaarloosbaar. Waarom is deze categorisering dan überhaupt gemaakt?
  • Op pagina 3 staat dat het gebruik van Facebook in 2011 slechts 3% bedroeg. Dient er niet een bronvermelding te zijn?
  • In de leeswijzer wordt het begrip “jihad” als volgt gedefinieerd: “de heilige strijd voor de normen en waarden van de Islam”. Wat wordt er bedoeld met de begrippen “heilige”, “strijd”, “normen”, “waarden” en vooral “de islam” bedoeld?
  • In de bijlage wordt er aangegeven voor welke socio-demografische kenmerken een representatieve afspiegeling is verkregen. Deze kenmerken gaan niet verder dan leeftijd, opleiding, geslacht en etniciteit. Om hoeveel vrouwen en mannen en om welke opleidingsniveaus het gaat, wordt niet aangegeven. Zijn slechts vier kenmerken, waarvan één (etniciteit) al bij voorbaat vaststond, voldoende omde enquêterepresentatief te noemen?
  • Het een en ander wordt opgemerkt over de betrouwbaarheid van de enquête, maar er wordt nagenoeg niets gezegd over de validiteit van de enquête. Hoe kan dat verklaard worden?
  • Het verschil tussen Marokkanen en Turken is opvallend hoog. Waarom de Turken zoveel positiever dan de Marokkanen zijn over IS zijn blijft een vraagteken. Dat strookt niet met het aantal Jihadisten, wat onder de Marokkanen een veel groter aantal is. Waarom zijn er geen controle vragen hierover opgenomen?

In de methodiek verantwoording wordt aangegeven dat de jongeren op verschillende plekken zijn benaderd, bijvoorbeeld bijmoskeeën, op straat, winkelcentrum etc. Tevens wordt er vermeld dat de jongeren in rust konden antwoorden, dit lijkt tegenstrijdig als Marokkanen bijvoorbeeld vooral bij moskeeën zijn geworven en Turken vooral bij theehuizen en er in de moskeeën juist een campagne wordt gehouden tegen jihadisme. Wat is uw antwoord hierop?

  • Het rapport wekt de suggestie dat het longitudinaal is, in 2011 en in augustus 2014. IS is pas recent in de media in opkomst en is dus iets nieuws, en is geheel iets anders dan de rebellen die al veel langer in het nieuws zijn die tegen Assad strijden. In de enquêteworden deze 2 aspecten door elkaar gehaald/ op een hoop gegooid.Waarom heeft u de fases in het Midden-Oosten niet onderscheiden in uw enquête?
  • Bij Turken is geen rekening gehouden met de verschillen tussen Koerdische Turken en niet-Koerdische Turken. Eveneens is niet de verschillende andere groeperingen zoals de Alevieten en of Soennieten benoemd. Dit getuigt van weinig kennis van de etnische doelgroepen. Dit is misschien voor een vluchtig marketing enquêtevoor etenswaren afdoende, maar niet voor dergelijke complexe vraagstukken. Wat is uw reactie hierop?
  • Vreemd is ook dat u aangeeft een onderscheid tussen de respondenten als weergegeven in de vorige punt niet kunt maken, terwijl het simpel is te vragen. Wat is uw reactie hierop?
  • In een degelijk enquêtedienen controlevragen ingebouwd te worden. Daarmee kan er worden gecontroleerd in hoeverre men kennis van zaken heeft. Bijvoorbeeld konden er stellingen over IS opgenomen worden of kon er gevraagd worden wat men van andere terreurgroepen, zoals Al Qaida, vindt. Waarom zijn er geen controlevragen opgenomen in de enquête?
  • De verklaringen waarom er face to face is gewerkt (analfabetisme, digibetisme) zijn vreemd en in tegenspraak met CBS-cijfers waaruit blijkt dat de leeftijdsgroepen waaruit is geput, deze percentage 0% (nul) is. Daarbij komt nog dat het bevreemdend is dat het hoge sociale mediagebruik onder de leeftijdsgroepen die zijn benaderd in de eigen mediarapportages van Motivaction zijn gebruikt. Hoe is dat te verklaren?
  • Het is algemeen bekend dat face-to-face onderzoeken makkelijker te beïnvloeden zijn en makkelijker gemanipuleerd kunnen worden. Toch is voor deze methode gekozen, onder verwijzing naar analfabetisme en digibetisme, zoals hierboven gekenschetst. Staat u er nog steeds achter, terwijl van een gerenommeerd onderzoeksbureau mag worden verwacht dat er een gedegen en goed onderbouwd enquête moet komen.
  • Er is een methode gebruikt zonder deugdelijke argumentatie, terwijl die methode bekend staat als zeer manipuleerbaar. Vandaar dat het ook doorgaans niet wordt gebruikt voor kwalitatief hoogwaardig onderzoek. Bent u het eens met deze constatering?
  • Het lijkt erop dat bij het interviewen van de 300 Turkse mensen bijna alleen Erdogan-aanhangers zijn geïnterviewd (maar liefst 93%), terwijl de Turkse Nederlanders heel divers in politiek opzicht zijn. Dit versterkt het vermoeden van cliënten dat alleen die mensen in de enquêtezijn betrokken die u of uw opdrachtgever wenselijk achtten. Dit zou dan betekenen dat de gehele enquête niet deugt omdat het gewoonweg niet representatief kan zijn. Is dit vermoeden juist?

Dit vermoeden wordt mede versterkt door de constatering op pagina 8, punt 4.4 waarin wordt ‘geconstateerd’ dat maar liefst 75/76% van de Turkse ondervraagden geen uitspraken kan doen over de afzetting van president Morsi c.q. de komst van Al-Sisi, terwijl daarvoor (pag. 4, punt 1.3) liefst 86% van de Turken het nieuws via de Turkse TV volgen. Voor de goede orde: als er iemand zich heeft verzet, en zich nog steeds verzet tegen de coup van Al-Sisi tegen Morsi, is het wel Erdogan geweest. Een jaar lang is dit item via de Turkse pers uitgebreid weergegeven, zodat het gewoonweg onmogelijk is dat wanneer 93% een Erdogan-aanhanger is, en daarvan ook nog eens 86% het e.e.a. via de Turkse pers volgt, daaropvolgend maar liefst 75-76% geen uitspraken hierover kan doen! Wat is uw reactie hierop en kunt u de discrepanties verklaren?

  • Hoe kunt u ons verzekeren dat de gebruikte methode in dit geval gevrijwaard is van manipulaties?
  • Hoe kunt u verklaren dat 93% voor democratie heeft gekozen en toch maar liefst 80-87% geweld goedkeurt? Zogenaamde contradictio in terminis, anders gezegd: innerlijk tegenstrijdig.
  • In opdracht van het wetenschappelijk onderzoeks- en documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie is dit jaar het onderzoek “Maatschappelijke positie van Turkse Nederlanders: ontwikkelingen en risico’s op criminaliteit en radicalisering’’ verricht. De conclusie van het onderzoek is dat Turks-Nederlandse jongeren niet radicaliseren en bezig zijn met een maatschappelijke inhaalslag. Uw enquête staat volledig haaks op dat onderzoek. Bent u bekend met dat onderzoek? Indien u bekend bent met dat onderzoek, heeft het resultaat van uw enquête dan bij u geen vraagtekens doen rijzen? Had het dan niet op uw weg gelegen in het licht van uw beroepsethiek, en mede vanuit uw maatschappelijke verantwoordelijkheid om meer tijd ervoor uit te steken en een meer gedegen enquête te verrichten? Aangezien de resultaten met elkaar botsen, is het logisch dat een van de onderzoeken gewoonweg niet deugt. Welk onderzoekzou de Nederlandse publieke opinie serieus moeten nemen?

Verder vragen cliënten zich het volgende af. Het is bekend dat een oud-Forum-programmamanager de heer Halim el Madkouri verdachte is in een strafrechtelijk onderzoek naar fraude met subsidies en corruptie tijdens zijn dienstverband arbeidsverhouding met Forum.Onderhavig enquête heeft plaatsgevonden in de periode dat de fraude en corruptiezaak naar buiten is gekomen. In hoeverre is de heer Halim el Madkouri betrokken geweest bij dezeenquêteen/of opdrachtverstrekking aan u? Ik breng onder uw aandacht dat de heer El Madkouri programma-manager was bij Forum die verantwoordelijk was voor de afdeling terrorisme en jihadisme.

Hoe was de relatie tussen de heer El Madkouri en de heren Ahmed Ait Moha en P.P. Verheggen. Alleen op professionele vlak of ook op sociaal vlak?

De enquêteis verricht in opdracht van Forum. Heeft Forum op eigen initiatief (derhalve voor eigen rekening) opdracht gegeven, of is aan Forum door een andere instantie een opdracht gegeven, welke is uitbesteed aan Motivaction?

Zijn de daadwerkelijke enquêtes en de gegevensverzameling door de medewerkers van Motivaction gedaan? Indien hier derden voor zijn ingeschakeld, op welke wijze heeft Motivaction of Forum hier dan toezicht op gehouden?

Voorts vermeldt u op uw website dat u gecertificeerd bent naar de normen van  ISO 9001 en ISO 20252. Het is bekend dat de normen NEN-ISO 20252:2006 en, NEN-ISO 20252:2006 nl zijn vervangen door NEN-ISO 20252:2012. Derhalve wil ik u vragen duidelijkheid te verschaffen over welk normcertificaat u beschikt.

Zoals eerder aangegeven zijn na publicatie van uw enquêteverontrustende ontwikkelingen ontstaan. Het rapport is heftig en duwt de Turks-Nederlandse gemeenschap in een andere positie. 80-90% wil zeggen dat bijna alle Turkse Nederlanders ‘niet deugen’. Het gaat uiteindelijk om de beeldvorming. Het risico is groot dat autochtone Nederlanders dit beeld construeren en daarmee naar de Turks-Nederlandse gemeenschap kijken.

De Turkse-Nederlanders zijnnaar aanleiding van uw enquêtein kwaad licht komen te staan. Daar uw enquêtevraagtekens oproept verzoeken cliënten u de boven gestelde vragen zo spoedig mogelijk, in ieder geval uiterlijk vrijdag 21 november 2014 te 12:00 uur uitgebreid en gemotiveerd te beantwoorden.

Tenslotte wil ik u hierdoor meegeven dat cliënteneen contra enquêtewillen laten verrichten met de gegevens die u heeft, waar cliënten, gezien de enorme ophef en stigmatisering, recht en belang bij hebben. Kunt u aangeven of u uw medewerking hieraan wilt en kunt verlenen?

In afwachting van uw spoedige reactie, verblijf ik,

Hoogachtend,

E. Köse




Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *